ECLI:NL:RBHAA:2007:BB6761
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- T.M. van Wassenaer
- Rechtspraak.nl
Weigering voorlopige voorziening wegens onduidelijkheid concurrentiebeding en onvoldoende bewijs onrechtmatige concurrentie
Hollandspoor B.V. vordert in kort geding dat [gedaagde], voormalig bedrijfsleider, wordt veroordeeld tot het staken van concurrerende activiteiten op grond van een concurrentiebeding en subsidiair onrechtmatige concurrentie. Het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bevat een zinsnede die het beding op die overeenkomst zou doen vervallen, wat tot onduidelijkheid leidt over de toepasselijkheid.
De kantonrechter stelt vast dat een inhoudelijke uitleg van het concurrentiebeding in kort geding niet mogelijk is, omdat de bedoeling van partijen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst nader onderzocht moet worden. Ten aanzien van onrechtmatige concurrentie is onvoldoende bewijs dat [gedaagde] stelselmatig en substantieel klanten van Hollandspoor benadert met duurzaam karakter. De enkele e-mails en contacten bieden geen steun voor de stelling van onrechtmatige concurrentie.
De vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Hollandspoor wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige uitleg van contractuele bedingen en het bewijs van onrechtmatig handelen in kort geding.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onduidelijke uitleg van het concurrentiebeding en onvoldoende bewijs van onrechtmatige concurrentie.