ECLI:NL:RBHAA:2007:BB8222
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning uitbreiding kantoorpand
Het college van burgemeester en wethouders van Waterland heeft aan een derde partij een reguliere bouwvergunning verleend voor de uitbreiding aan de achterzijde van een kantoorpand. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze vergunning en vroeg om een voorlopige voorziening.
De kern van het geschil betrof de wijze van berekenen van de goothoogte in relatie tot de afstand tot de openbare weg, zoals voorgeschreven in het bestemmingsplan. Verzoeker stelde dat de goothoogte van 8,3 meter niet toegestaan was omdat de afstand tot de openbare weg meer dan 15 meter zou bedragen, waardoor slechts een goothoogte van 4 meter zou zijn toegestaan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bouwplan binnen de planvoorschriften past, omdat de afstand tot het pad, dat kwalificeert als openbare weg, minder dan 15 meter bedraagt. De voorzieningenrechter verwierp het betoog van verzoeker dat alleen vanaf de openbare weg [locatie] mocht worden gemeten en wees ook de stelling af dat de voorgevelrooilijn bepalend zou zijn.
Gezien het voorgaande was niet te verwachten dat het besluit in bezwaar zou worden vernietigd en was er geen sprake van spoedeisend belang voor schorsing van de vergunning. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen.