ECLI:NL:RBHAA:2007:BB9149
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.C.M. Rutten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake WWB-uitkering en bijzondere bijstand
Verzoekers ontvingen een WWB-uitkering gebaseerd op de norm voor gehuwden. Verweerder wijzigde de uitkering over een periode in augustus 2007 naar de norm voor een alleenstaande ouder met een korting van 10%, omdat verzoeker in het buitenland verbleef. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit.
Daarnaast werden aanvragen om bijzondere bijstand voor dieet- en reiskosten van hun minderjarige zoon afgewezen, omdat deze kosten volgens verweerder uit de bijstandsnorm betaald konden worden. Ook werd de WWB-uitkering beëindigd per 22 oktober 2007 wegens aanvaarding van werk door verzoekster.
Verzoekers voerden medische redenen en het vertrouwensbeginsel aan, en stelden dat verzoekster haar werk mogelijk niet kan volhouden. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was voor de afgesloten periode, dat de afwijzing van bijzondere bijstand niet kennelijk onredelijk was, en dat de beëindiging van de uitkering terecht was. Ook werd een motiveringsgebrek vastgesteld bij de afwijzing van reiskosten, maar dit leidde niet tot een voorlopige voorziening.
De verzoeken om voorlopige voorzieningen werden daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af wegens gebrek aan spoedeisend belang en gegronde afwijzing van bijzondere bijstand en beëindiging WWB-uitkering.