ECLI:NL:RBHAA:2007:BB9183
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G. Kok
- Rechtspraak.nl
Vrouw niet ontvankelijk in verzoek tot voorlopige voorziening na ontbinding geregistreerd partnerschap
De vrouw verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen waarbij de man een bijdrage in haar levensonderhoud zou betalen vanaf 1 mei 2007. Eerder was deze bijdrage vastgesteld op € 75 per maand en later tijdelijk op nihil gesteld na ontbinding van het geregistreerd partnerschap.
De rechtbank stelde vast dat de beschikking tot ontbinding van het partnerschap op 7 juni 2007 was ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Hierdoor verloren de voorlopige voorzieningen hun kracht, tenzij er tegen de beslissing incidenteel appel was ingesteld, wat niet het geval was.
De vrouw was daarom niet ontvankelijk in haar verzoek tot het opnieuw treffen van een voorlopige voorziening, omdat de termijn om dit te doen was verstreken. Ook als het verzoek als wijziging van de eerdere voorziening zou worden gezien, geldt hetzelfde.
De man verzocht tevens om veroordeling van de vrouw in de proceskosten, maar de rechtbank wees dit af en bepaalde dat ieder zijn eigen kosten draagt.
De rechtbank verklaarde het verzoek van de vrouw niet ontvankelijk en wees het verder verzochte af.
Uitkomst: De vrouw is niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot voorlopige voorziening omdat de voorlopige voorziening haar kracht heeft verloren na inschrijving van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap.