ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0738
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C.M. Rutten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit loondoorbetalingsverplichting wegens motiveringsgebrek en onvolledige feitenkennis
Eiser was buschauffeur en viel op 25 maart 2004 uit wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV legde op 1 maart 2006 aan de werkgever een loondoorbetalingsverplichting op voor vier maanden en weigerde een WIA-uitkering aan eiser. De werkgever maakte bezwaar tegen de loondoorbetalingsverplichting, welke werd ingetrokken door het UWV met verwijzing naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Eiser stelde dat het intrekken van de loonsanctie onvoldoende gemotiveerd was en dat de verwijzing naar jurisprudentie niet volstond, mede omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht. De rechtbank oordeelde dat het UWV zich niet meer kon baseren op artikel 5, tweede lid, van de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter, maar dat een loondoorbetalingsverplichting nog steeds mogelijk was.
Verder stelde de rechtbank vast dat het UWV niet alle relevante feiten, zoals een mogelijk ontlastend arbeidsdeskundigenrapport, had betrokken bij de besluitvorming en dat eiser niet de mogelijkheid had gekregen hierop te reageren. Hierdoor ontbrak het besluit aan een draagkrachtige motivering en was het in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, en beval het UWV een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en onvolledige feitenkennis, met de verplichting tot een nieuwe beslissing.