ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0799
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- A.M. van Amsterdam
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Inhoudingsplicht loonbelasting bij buitenlandse voetbalclubs in toernooi
Eiser organiseert een jaarlijks voetbaltoernooi in Nederland waarbij buitenlandse voetbalclubs deelnemen en hiervoor vergoedingen ontvangen. De Belastingdienst stelde dat deze buitenlandse clubs als buitenlandse gezelschappen moeten worden aangemerkt volgens artikel 5b Wet LB, en dat eiser als organisator inhoudingsplichtige is voor de loonbelasting over de aan deze clubs betaalde gage. Eiser betwistte deze kwalificatie en de inhoudingsplicht, en weigerde inzage te geven in contracten en betalingen.
De rechtbank oordeelt dat de buitenlandse clubs inderdaad als buitenlandse gezelschappen kwalificeren, ongeacht of de vergoeding geheel of gedeeltelijk aan individuele voetballers wordt doorbetaald. Dit volgt uit de wettekst, de Memorie van Toelichting en het OESO-modelverdrag. Eiser is inhoudingsplichtige omdat hij de deelname heeft overeengekomen en wordt geacht een vaste inrichting in Nederland te hebben.
Verder is de naheffingsaanslag op basis van een redelijke schatting van de Belastingdienst terecht, mede doordat eiser niet aan zijn informatieverplichting voldeed. Het beroep op strijdigheid met het vrije verkeer van personen en diensten faalt, omdat de fiscale situatie van buitenlandse en Nederlandse voetballers wezenlijk verschilt en verdragen dubbele heffing voorkomen. De opgelegde verzuimboete wegens niet tijdige betaling van LB/PVV is eveneens terecht.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar tegen de boete, vernietigt de uitspraak op bezwaar, handhaaft de aanslag en boete, en veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Naheffingsaanslag en verzuimboete worden gehandhaafd, bezwaar tegen boete gegrond verklaard, proceskosten toegewezen aan eiser.