ECLI:NL:RBHAA:2007:BC1320
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig ontslag op staande voet van drie werknemers wegens vermeende concurrentieactiviteiten
Drie werknemers van een handelshuis in verpakkingsmaterialen werden op 30 oktober 2006 op staande voet ontslagen omdat zij zouden hebben samengewerkt met een voormalige collega om een concurrerend bedrijf op te zetten. De werkgever stelde dat zij het geheimhoudings- en concurrentiebeding hadden geschonden en zich onacceptabel hadden gedragen jegens de rechtmatige belangen van de werkgever.
De kantonrechter oordeelde dat er geen dringende reden was voor het ontslag op staande voet, omdat onvoldoende concreet bewijs was geleverd dat de werknemers daadwerkelijk voorbereidingen hadden getroffen voor concurrerende activiteiten. Ook was de mededeling van de ontslagreden niet gelijktijdig en duidelijk aan de werknemers meegedeeld. Daarnaast was de wijze van verhoor en opsluiting van de werknemers onder bewaking onrechtmatig en intimiderend.
De rechtbank verklaarde het ontslag kennelijk onredelijk en veroordeelde de werkgever tot betaling van gefixeerde en aanvullende schadevergoedingen aan de werknemers, inclusief immateriële schadevergoeding wegens psychische schade. Tevens werd een bonus aan een werknemer toegekend die door de werkgever was betwist. De vorderingen van de werkgever tot terugbetaling van voorschotten en schadevergoeding werden afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij ontslag op staande voet en het verbod op intimidatie en onrechtmatige behandeling van werknemers tijdens ontslagprocedures.
Uitkomst: Ontslag op staande voet was onregelmatig en kennelijk onredelijk; werkgever veroordeeld tot schadevergoeding aan werknemers.