ECLI:NL:RBHAA:2007:BC1925
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks schendingen
De rechtbank Haarlem behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling van een schuldenares die tijdens de regeling inkomsten uit zwartwerk had verkregen. Hoewel zij haar informatieplicht had geschonden en haar schuldeisers had benadeeld door deze inkomsten niet af te dragen, achtte de rechtbank dit onvoldoende reden voor tussentijdse beëindiging.
De schuldenares was geschorst door haar werkgever vanwege een politieonderzoek naar diefstal en valsheid in geschrifte, maar de rechtbank ging voorlopig uit van onschuld omdat het onderzoek nog liep. De bewindvoerder had het verzoek tot beëindiging ingediend vanwege niet-nakoming van verplichtingen.
De rechtbank stelde vast dat de schuldenares ongeveer €140,00 aan schuldeisers had benadeeld, maar dat de boedelrekening bijna gelijk was aan de geverifieerde schulden en dat bij voortzetting van de regeling volledige betaling van de schulden verwacht mocht worden. De belangen van schuldeisers bij voortzetting wogen zwaarder dan de schendingen.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot tussentijdse beëindiging af en handhaafde de schuldsaneringsregeling tot de geplande einddatum.
Uitkomst: Het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling is afgewezen omdat volledige betaling van de schulden wordt verwacht.