ECLI:NL:RBHAA:2007:BC1928
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goeder trouw bij belastingschuld
Verzoekster, een alleenstaande vrouw met twee minderjarige kinderen en voormalig exploitant van een eenmanszaak, diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Uit een door de belastingdienst uitgevoerd boekenonderzoek bleek verwijtbaar handelen van verzoekster met betrekking tot haar belastingaangiften over de jaren 2002 tot en met 2005.
De belastingdienst stelde onder meer vast dat verzoekster ten onrechte zelfstandigenaftrek had geclaimd en onterecht het nultarief omzetbelasting toepaste, wat leidde tot aanzienlijke naheffingen en de aankondiging van vergrijpboetes. Verzoekster voerde aan dat zij handelde volgens instructies van de belastingdienst en heeft een bezwaarschriftenprocedure tegen de aanslag lopen.
De rechtbank oordeelde dat zij vanwege de lopende bezwaarprocedure niet zonder meer kon uitgaan van de conclusies van het rapport, maar ook niet kon aannemen dat verzoekster te goeder trouw was bij het ontstaan van de belastingschuld. Gezien het verwijtbare handelen en de aard van de schulden, wees de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
De overige omstandigheden, waaronder de persoonlijke situatie van verzoekster en haar huidige arbeidsstatus, konden dit oordeel niet veranderen. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Haarlem op 20 november 2007.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goeder trouw bij het ontstaan van de belastingschuld.