ECLI:NL:RBHAA:2007:BC1950
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsrelatie en toewijzing VAR/loon bij docent ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van B BV, verricht als docent werkzaamheden voor opleidingsinstituut A en betwist de afgifte van een VAR/loon, stellende dat een VAR/dga passend is omdat hij via zijn BV werkt. De rechtbank stelt vast dat er een arbeidsrelatie bestaat tussen eiser en A, aangezien A de cursusorganisatie, lesroosters, leerdoelen en toezicht regelt, en eiser persoonlijk de werkzaamheden moet verrichten zonder vervanging.
Eiser voerde tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, verwijzend naar elf mededocenten die volgens hem in vergelijkbare omstandigheden verkeren en een gunstiger VAR kregen. De rechtbank onderzocht deze gevallen en concludeerde dat slechts een beperkt aantal vergelijkbare gevallen bestaat, en dat het beroep op de meerderheidsregel faalt omdat niet de meerderheid van vergelijkbare gevallen anders is behandeld.
De rechtbank verwierp ook het verweer dat eiser onjuist antwoorden gaf op het VAR-aanvraagformulier met betrekking tot vervanging en aanwijzingsbevoegdheid. De vrijheid van invulling van de lessen is onvoldoende om de gezagsrelatie te ontkennen. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de VAR/loon blijft van kracht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afgifte van de VAR/loon.