ECLI:NL:RBHAA:2007:BC3833
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting afgewezen wegens ontbreken kwade trouw
Eiser, een ondernemer in schapenteelt, had in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2003 een afkoopsom van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule niet opgenomen. De Belastingdienst legde daarop een navorderingsaanslag op met een vergrijpboete wegens vermeende opzettelijke onjuiste aangifte.
Tijdens de zitting gaf de Belastingdienst aan dat sprake was van een omissie van de behandelend ambtenaar, waardoor navordering alleen mogelijk is bij kwade trouw van eiser. De rechtbank stelde vast dat de informatie over de afkoopsom reeds bekend was bij de inspecteur, waardoor geen sprake was van een nieuw feit.
Hoewel de rechtbank grove schuld wegens slordigheid aannam, werd kwade trouw niet bewezen omdat niet was aangetoond dat eiser of zijn administrateur bewust het risico accepteerde dat te weinig belasting werd betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de navorderingsaanslag en boete, en veroordeelde de Belastingdienst in de proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boete worden vernietigd wegens ontbreken van kwade trouw.