ECLI:NL:RBHAA:2007:BC3855
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Investeringsaftrek toegekend aan vennoten van Vof bij investeringsverplichting
Eiser, samen met familieleden, exploiteert een tuinbouwbedrijf in de vorm van een Vennootschap onder firma (Vof) met een gebroken boekjaar van 1 mei tot 30 april. Tot 30 april 2000 waren er vier vennoten: eiser, zijn vader, moeder en echtgenote. Per 1 mei 2000 traden de vader en moeder uit, waarna de winstverdeling veranderde.
De investering in een ecoteckas en energiescherm werd op 27 april 2000 aangegaan, toen nog vier vennoten deelnamen. Eiser claimde investeringsaftrek over het boekjaar 2000/2001, waarbij hij primair stelde dat de investering aan vier vennoten toerekenbaar is en het aftrekpercentage van 16% per vennoot geldt. Subsidiair stelde hij dat het aftrekpercentage 8% is voor twee vennoten.
De rechtbank oordeelt dat de investeringsverplichting is aangegaan toen vier vennoten deelnamen, waardoor het totale investeringsbedrag aan hen moet worden toegerekend en het hogere aftrekpercentage van 16% per vennoot van toepassing is. Het feit dat twee vennoten kort na het aangaan uittraden en geen financiering regelden, leidt niet tot een ander oordeel. De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €31.816, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Investeringsaftrek wordt toegekend aan vier vennoten met een percentage van 16% per vennoot.