ECLI:NL:RBHAA:2007:BC5046
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- G. Guinau
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen plaatsing traplift in appartementencomplex
Een bewoonster van een appartementencomplex verzocht het college van burgemeester en wethouders om een traplift te plaatsen op grond van de Wet Voorzieningen Gehandicapten (Wvg). Het college kende deze voorziening toe onder de voorwaarde dat de Vereniging van Eigenaren (VvE) toestemming verleent. De VvE weigerde echter toestemming te geven, waarna het college de VvE aanschreef en bestuursdwang dreigde toe te passen.
Verzoekers, bewoners van het complex, maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat het college terecht handhavend kon optreden op grond van artikel 16 van Pro de Woningwet, ondanks dat de voorziening op basis van de Wvg was toegekend, omdat de Wvg per 1 januari 2007 was vervangen door de Wmo.
De voorzieningenrechter nam het standpunt van het college over dat de traplift zo wordt geplaatst dat het normale gebruik van de trap niet onredelijk wordt belemmerd. Ook achtte hij de geluidsoverlast en de vermeende waardevermindering onvoldoende onderbouwd om een bijzondere omstandigheid aan te nemen.
Gelet op het algemeen belang van handhaving en het ontbreken van bijzondere omstandigheden, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de plaatsing van de traplift wordt afgewezen.