ECLI:NL:RBHAA:2007:BC5060
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij betwisting hoofdverblijf en WWB-uitkering
Verzoekster ontving sinds 1986 een bijstandsuitkering, die per 1 december 2006 werd beëindigd. Na een nieuwe aanvraag werd de uitkering toegekend, maar later opgeschort vanwege onduidelijkheid over haar hoofdverblijf. Verweerder ontdekte dat verzoekster meerdere keren van hoofdverblijf was gewisseld zonder dit tijdig te melden, wat leidde tot een onaangekondigd huisbezoek op het opgegeven adres.
Verzoekster betwistte het huisbezoek en de wijze van gegevensverzameling, met name de toepassing van artikel 4:7 Awb Pro. De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisbezoek gerechtvaardigd was vanwege concrete aanwijzingen van onjuiste gegevens en dat het niet vragen naar afwezigheid geen afbreuk deed aan de rechtmatigheid. Hoewel sprake was van een schending van artikel 4:7 Awb Pro, kon dit in bezwaar worden hersteld.
De rechter concludeerde dat de verklaringen van verzoekster en de hoofdbewoonster tegenstrijdig waren en dat er onvoldoende bewijs was dat verzoekster daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde. Daarom was de afwijzing van de WWB-aanvraag terecht en bestond geen grond voor een voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdverblijf van verzoekster niet kon worden vastgesteld en de WWB-aanvraag terecht werd geweigerd.