ECLI:NL:RBHAA:2007:BC5084
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.C.M. Rutten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij intrekking WWB-uitkering wegens vermoedelijk vertrek uit gemeente
Verzoekster ontving met onderbrekingen een WWB-uitkering, die per 17 juli 2007 werd ingetrokken omdat verweerder vermoedde dat zij niet meer in de gemeente verbleef. Uit onderzoek, waaronder pintransacties en waarnemingen bij het adres van haar ex-partner in Amsterdam, bleek dat verzoekster vermoedelijk haar hoofdverblijf had verplaatst. Verzoekster betwistte dit en stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij haar woning nog niet had verlaten.
De voorzieningenrechter overwoog dat verweerder een zorgvuldig onderzoek had verricht en dat het ontbreken van een huis- en buurtonderzoek niet automatisch tot onzorgvuldigheid leidt. De waarnemingen en feiten gaven voldoende grond om het standpunt van verweerder te steunen. Verzoekster had ook niet aannemelijk gemaakt dat haar woonsituatie was gewijzigd ten opzichte van de datum van intrekking.
Gezien de belangenafweging en het voorlopige karakter van de voorziening oordeelde de voorzieningenrechter dat niet kon worden gezegd dat de bestreden besluiten geen stand zouden houden. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de WWB-uitkering is afgewezen.