ECLI:NL:RBHAA:2007:BD2392
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Vries-van den Heuvel
- Van den Boogaard
- Hoendervoogt
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting op 7 juli 2006 te Haarlem
Op 7 juli 2006 werd verdachte beschuldigd van het met geweld dwingen van het slachtoffer tot seksuele handelingen, waaronder penetratie met vingers en penis. De tenlastelegging bevatte diverse gewelds- en bedreigingshandelingen die het slachtoffer zou hebben ondergaan.
De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was, zij bevoegd was, en het Openbaar Ministerie ontvankelijk was. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk.
Bij de beoordeling van het bewijs concludeerde de rechtbank dat het letsel in de medische verklaringen niet overeenkwam met de in de aangifte genoemde geweldsplegingen. Ook de verklaringen van het slachtoffer en MSN-berichten gaven aanleiding tot twijfel over de onvrijwilligheid van de seksuele handelingen.
Daarom kon de rechtbank niet vaststellen dat het ten laste gelegde feit bewezen was en sprak zij verdachte vrij. Mr. Van den Boogaard was niet in staat het vonnis te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verkrachting.