ECLI:NL:RBHAA:2007:BE9455
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling urencriterium voor zelfstandigenaftrek in inkomstenbelasting 2002
Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2002 vanwege het niet accepteren van de zelfstandigenaftrek. Hij stelde dat hij in 2002 minimaal 1225 uur had gewerkt in zijn onderneming, wat vereist is voor de aftrek. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde om dit urencriterium aan te tonen, mede omdat de overgelegde urenspecificaties onderling verschilden, onvoldoende controleerbaar waren en niet waren onderbouwd met originele documenten of toelichting.
Daarnaast werd vastgesteld dat het bezwaarschrift alleen betrekking had op de IB/PVV aanslag en niet op de aanslag ZFW 2002, waardoor het beroep voor zover het op de ZFW aanslag ziet niet ontvankelijk was. Het beroepschrift was tijdig ingediend volgens de regels van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank concludeerde dat het niet aannemelijk was dat eiser de uren had gemaakt die hij claimde, mede gezien zijn nevenarbeid in loondienst en het geringe winstaandeel. De urenspecificaties waren te algemeen, niet volledig en mogelijk achteraf opgesteld. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van het urencriterium voor zelfstandigenaftrek.