ECLI:NL:RBHAA:2007:BI1618
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing reisaftrek woon-werkverkeer openbaar vervoer bij inkomstenbelasting
Eiser woonachtig in Z en werkzaam in Q heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2004 een bedrag van € 1.275 aan reisaftrek voor openbaar vervoer opgevoerd. Verweerder heeft dit bedrag niet geaccepteerd wegens onvoldoende bewijs van het woon-werkverkeer.
Eiser heeft een door de werkgever ondertekende reisverklaring overgelegd en kopieën van giro-afschriften waaruit blijkt dat hij regelmatig plaatsbewijzen bij het NS-station R heeft gekocht. De rechtbank oordeelt dat deze bewijsmiddelen voldoen aan de wettelijke eisen en dat eiser daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij met het openbaar vervoer naar zijn arbeidsplaats heeft gereisd.
De rechtbank stelt vast dat de wet niet dwingend voorschrijft dat plaatsbewijzen samen met een reisverklaring moeten worden overgelegd, maar dat andere bewijzen ook kunnen volstaan. De hoogte van de reisaftrek wordt vastgesteld op het maximum forfait van € 1.816 minus een door de werkgever ontvangen vergoeding, resulterend in een aftrek van € 1.275.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslag en veroordeelt verweerder in de proceskosten en griffierecht. De uitspraak is op 12 december 2007 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Eiser krijgt recht op reisaftrek van € 1.275 en aanslag wordt verminderd.