ECLI:NL:RBHAA:2007:BI1703
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende bewijs voor aftrek alimentatiebetalingen aan ex-echtgenote na echtscheiding
Eiser en zijn ex-echtgenote zijn in 1994 gescheiden waarbij een alimentatiebedrag en een afkoopregeling zijn overeengekomen. Na de scheiding vertrok de ex-echtgenote naar Frankrijk, terwijl eiser in Nederland bleef wonen. Eiser stelde dat hij aanvullende alimentatiebetalingen in contanten heeft gedaan en dat hij zich moreel verplicht voelde om zijn ex-echtgenote te ondersteunen.
De Belastingdienst voerde een boekenonderzoek uit en stelde dat er aanwijzingen waren dat eiser en zijn ex-echtgenote feitelijk samenbleven, waardoor de aftrek van alimentatiebetalingen niet gerechtvaardigd was. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd dat de betalingen daadwerkelijk waren gedaan en dat er sprake was van een in rechte afdwingbare onderhoudsverplichting.
De rechtbank overwoog dat de ex-echtgenote een substantiële vordering op eiser had en dat er geen dringende morele verplichting bestond om haar te onderhouden. Ook werd vastgesteld dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de natuurlijke verbintenis was versterkt tot een afdwingbare verbintenis. De rechtbank concludeerde dat de aftrek van de alimentatiebetalingen niet toekwam en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de betalingen aan zijn ex-echtgenote aftrekbaar zijn.