ECLI:NL:RBHAA:2007:BJ3231
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanslag inkomstenbelasting 2004 na bezwaar en beroep
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2004, omdat deze afwijkt van de voorlopige aanslag en volgens hem te hoog is. De rechtbank constateert dat de gegevens waarop de voorlopige teruggaaf is gebaseerd verschillen van de gegevens in de definitieve aangifte. Verweerder heeft dit uitvoerig en geloofwaardig toegelicht.
Eiser stelde dat de voorlopige teruggaaf correct was en dat hij het betaalde bedrag aan hypotheekrente juist had opgegeven, mede omdat een betaling over december 2003 in januari 2004 plaatsvond. Ook ging hij ervan uit dat inhoudingen door zijn werkgever en het UWV correct waren gedaan. De rechtbank oordeelt dat het aan eiser was om zijn stellingen nader te onderbouwen, wat niet is gebeurd.
Daarom acht de rechtbank niet aannemelijk dat de aanslag onjuist is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan op 26 juni 2007 door rechter H.A.M. Röell-Mulder.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2004 wordt ongegrond verklaard.