ECLI:NL:RBHAA:2008:BC3395
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verhuurder tekortgeschoten in nakoming beëindigingsovereenkomst bedrijfsruimte
Eiseres huurde sinds 1988 een winkelruimte van verhuurder. Na opzegging van de huurovereenkomst in 2007 sloten partijen een beëindigingsovereenkomst waarin eiseres het recht kreeg om een opvolgend huurder aan te wijzen. Eiseres vond een kandidaat-huurder die bereid was een overnamesom van €20.000 te betalen, bedoeld ter aanvulling van haar AOW.
Verhuurder sloot echter zonder instemming van eiseres een huurovereenkomst met een andere partij, H&M, en weigerde de door eiseres aangedragen kandidaat te accepteren. Eiseres stelde dat verhuurder tekortgeschoten was in de nakoming van de beëindigingsovereenkomst en daardoor schade had geleden.
De kantonrechter oordeelde dat het doel van de bepaling in de beëindigingsovereenkomst was om eiseres het recht te geven een opvolgend huurder aan te wijzen. Verhuurder was toerekenbaar tekortgeschoten door zonder duidelijke termijnstelling en zonder voldoende communicatie met eiseres zelf een andere huurder te contracteren. Er was sprake van een spoedeisend belang bij de vordering van eiseres.
Als voorlopige voorziening werd verhuurder veroordeeld tot betaling van een voorschot van €15.000 plus €800 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 februari 2008. De overige vorderingen werden afgewezen. De proceskosten kwamen voor rekening van verhuurder.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van €15.000 plus kosten en wettelijke rente wegens tekortkoming in de beëindigingsovereenkomst.