ECLI:NL:RBHAA:2008:BC4727
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.P.W. van de Ven
- W.A.F. Jansen
- P. Heidinga
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen bestemd voor heroïne
Op 16 oktober 2007 werd verdachte betrapt op Schiphol met bijna 5 kilogram van een mengsel van cafeïne en paracetamol, waarvan hij wist dat deze stoffen bestemd waren als versnijdingsmiddelen voor heroïne. Verdachte verklaarde ter terechtzitting dat hij voor het vervoer van deze stoffen van Nederland naar Engeland een beloning van 1.000 pond zou ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het voorhanden hebben van deze stoffen, wetende dat ze bestemd zijn voor versnijding van heroïne, een strafbaar feit is volgens artikel 10a lid 1 van de Opiumwet. De verdediging voerde aan dat het voorhanden hebben van cafeïne en paracetamol niet strafbaar is en dat de voorbereidingshandeling in Nederland geen strafbaar feit oplevert omdat de versnijding in Engeland zou plaatsvinden. Deze verweren werden verworpen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekennende verklaring van verdachte, het proces-verbaal van onderzoek, verklaringen van deskundigen en rapporten van het Douanelaboratorium. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis. Daarnaast werden enkele voorwerpen, waaronder een instapkaart en een Nokia-telefoon, verbeurd verklaard. De Samsung-telefoon werd aan verdachte teruggegeven.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Haarlem op 12 februari 2008, waarbij mr. Heidinga wegens afwezigheid het vonnis niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen bestemd voor heroïne.