ECLI:NL:RBHAA:2008:BC4912
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.C. Hofman
- A.J. Wolfs
- W.S.J. Thijs
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling van legaat na zuivere aanvaarding nalatenschap afgewezen wijziging legaat
Op 31 oktober 2002 is erflater overleden. Bij testament van 4 december 2000 benoemde hij zijn neef en diens echtgenote tot erfgenamen en legateerde hij aan eiser een bedrag van 1 miljoen gulden, te vermeerderen met wettelijke rente.
De erfgenamen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard en de nalatenschap is minnelijke gewaardeerd met een positief saldo van bijna €1,9 miljoen. De erfgenamen verkochten onroerende zaken voor lagere bedragen dan de waardering en betaalden de successierechten. De erfgenamen hebben het legaat aan eiser niet volledig uitgekeerd, waarop eiser conservatoir derdenbeslag legde.
Eiser vordert betaling van het legaat. De erfgenamen stellen dat zij de nalatenschap aanvaardden in de veronderstelling dat deze aanzienlijk groter was en dat er sprake is van onvoorziene omstandigheden die wijziging of opheffing van het legaat rechtvaardigen. De rechtbank oordeelt dat de erfgenamen het risico van waarderingsverschillen en waardevermindering dragen en dat het ontbreken van voldoende inkomen geen reden is voor wijziging. De vordering van eiser wordt toegewezen, de vorderingen tot wijziging of opheffing van het legaat worden afgewezen.
Uitkomst: De erfgenamen worden veroordeeld tot betaling van het legaat met rente en proceskosten, wijziging of opheffing van het legaat wordt afgewezen.