ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5420
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis
Betrokkene, van wie identiteit en leeftijd onbekend zijn, werd eind december 2007 met een IBS opgenomen op de gesloten afdeling van het Spaarne ziekenhuis te Hoofddorp. Voorafgaand aan opname zwierf hij in onverzorgde toestand door het Amsterdamse Bos. Tijdens zijn verblijf vertoont betrokkene een rustige aanwezigheid, verzorgt zichzelf en accepteert geen medicatie, waardoor de behandeling zich beperkte tot klinische observatie.
Hoewel aanvankelijk een vermoeden van psychose bestond, zijn er volgens de psychiater geen concrete aanwijzingen voor een stoornis van het geestvermogen zoals bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). De somatische zorgen zijn grotendeels weggenomen, met uitzondering van een onduidelijk abces in de hals, waarvoor betrokkene geen onderzoek toestaat. Betrokkene toont geen teken van vertrekwens van de afdeling.
De officier van justitie verzocht om een voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf, maar de rechtbank oordeelde op basis van het behandelingsplan, verhoren en inlichtingen dat onvoldoende aanwijzingen bestaan voor het bestaan van een stoornis en het daaraan verbonden gevaar. Daarom wees de rechtbank het verzoek af tijdens de zitting van 7 februari 2008.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige machtiging tot voortzetting van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis is afgewezen.