ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5420

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
7 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
142954/08-355
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizenWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis

Betrokkene, van wie identiteit en leeftijd onbekend zijn, werd eind december 2007 met een IBS opgenomen op de gesloten afdeling van het Spaarne ziekenhuis te Hoofddorp. Voorafgaand aan opname zwierf hij in onverzorgde toestand door het Amsterdamse Bos. Tijdens zijn verblijf vertoont betrokkene een rustige aanwezigheid, verzorgt zichzelf en accepteert geen medicatie, waardoor de behandeling zich beperkte tot klinische observatie.

Hoewel aanvankelijk een vermoeden van psychose bestond, zijn er volgens de psychiater geen concrete aanwijzingen voor een stoornis van het geestvermogen zoals bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). De somatische zorgen zijn grotendeels weggenomen, met uitzondering van een onduidelijk abces in de hals, waarvoor betrokkene geen onderzoek toestaat. Betrokkene toont geen teken van vertrekwens van de afdeling.

De officier van justitie verzocht om een voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf, maar de rechtbank oordeelde op basis van het behandelingsplan, verhoren en inlichtingen dat onvoldoende aanwijzingen bestaan voor het bestaan van een stoornis en het daaraan verbonden gevaar. Daarom wees de rechtbank het verzoek af tijdens de zitting van 7 februari 2008.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige machtiging tot voortzetting van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector Familie- en Jeugdrecht
voorlopige machtiging na ibs
zaak-/rekestnr.: 142954 / FA RK 08-355
beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 7 februari 2008,
betreffende:
de heer Onbekend,
geboren op 1 januari 1970 (fictief),
wonende te onbekend,
hierna ook: betrokkene,
verblijvende in psychiatrisch ziekenhuis De Geestgronden, loc. Spaarnepoort te Hoofddorp.
1 Verloop van de procedure
Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:
- het op 23 januari 2008 ter griffie van de rechtbank ontvangen verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen voortduren van het verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis, met bijlagen;
en het verhandelde ter terechtzitting op 7 februari 2008.
Betrokkene is ter zitting bijgestaan door mr. M.A.A. van der Loo.
2 Beoordeling
Uit de inhoud van de overgelegde stukken (waaronder het opgemaakte behandelingsplan), de gehouden verhoren en de verkregen inlichtingen, blijkt het navolgende
Betrokkene’s identiteit en leeftijd zijn onbekend en hij zwijgt ook tijdens het verhoor dat hij met gesloten ogen bijwoont. Hij is eind december 2007 met IBS opgenomen op de gesloten afdeling van het Spaarne ziekenhuis, lokatie Spaarnepoort, te Hoofddorp. Tot die tijd zwierf hij onder meer door het Amsterdamse Bos waar hij in onverzorgde toestand aangetroffen werd. Betrokkene is in Spaarnepoort rustig aanwezig, eet en drinkt en verzorgt zichzelf inmiddels goed. Betrokkene spreekt nog steeds niet met de behandelaars en accepteert ook geen medicatie. De behandeling van betrokkene heeft zich sinds zijn opname daarom beperkt tot klinische observatie. Hoewel aanvankelijk bij opname het vermoeden bestond dat betrokkene leed aan een psychose, zijn er volgens de psychiater thans geen concrete aanwijzingen dat daarvan daadwerkelijk sprake is. De eerder gerezen zorgen ten aanzien van de somatische toestand van betrokkene zijn grotendeels weggenomen omdat het abces onder de oksel van betrokkene inmiddels geen gevaar blijkt in te houden. Wat het abces in de hals betreft is onduidelijk of dit gevaar oplevert omdat betrokkene geen (röntgen-) onderzoek toelaat. Tenslotte vertoont betrokkene geen enkel teken dat hij de afdeling wil verlaten.
Gelet op het voorgaande kan weliswaar niet uitgesloten worden dat er sprake is van een stoornis van de geestvermogen, maar zijn er op dit moment onvoldoende aanwijzingen om tot het bestaan van een stoornis als bedoeld in de wet BOPZ te kunnen concluderen. Voor zover al van een stoornis sprake zou zijn, is het daardoor veroorzaakte gevaar evenmin duidelijk geworden.
Gelet op het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen.
3 Beslissing
De rechtbank:
Wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Swinkels en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 7 februari 2008, in tegenwoordigheid van R. Steenbakkers als griffier.