ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7301
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Verlenging partneralimentatie na verstrijken wettelijke termijn wegens redelijkheid en billijkheid
De vrouw verzoekt de rechtbank om verlenging van de partneralimentatieplicht van de man, die van rechtswege is vervallen op 30 mei 2007 na het verstrijken van de wettelijke termijn van twaalf jaar. De man heeft de alimentatie tot augustus 2007 doorbetaald, waarna de vrouw binnen drie maanden een verzoek tot verlenging indient. De man voert verweer dat het verzoek buiten de termijn is ingediend en betwist de ontvankelijkheid.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke termijn van drie maanden voor het indienen van het verzoek aansluit bij het einde van de twaalfjaarstermijn en dat de man zich op deze termijn kan beroepen. Echter, door het doorbetalen van alimentatie na het verstrijken van de termijn op advies van zijn raadsman, heeft de man de vrouw in de waan gelaten dat de alimentatieverplichting voortduurde. Dit wordt gezien als misbruik van bevoegdheid.
Gezien de financiële situatie van de vrouw, haar afhankelijkheid van de alimentatie en het feit dat de man voldoende draagkracht heeft, acht de rechtbank het ingrijpende karakter van het vervallen van de termijn zodanig dat verlenging op grond van redelijkheid en billijkheid gerechtvaardigd is. De alimentatieplicht wordt daarom verlengd tot de pensioengerechtigde leeftijd van de man op 29 augustus 2009, met de bepaling dat verdere verlenging niet mogelijk is.
Uitkomst: De partneralimentatieplicht wordt verlengd tot de pensioengerechtigde leeftijd van de man op 29 augustus 2009.