ECLI:NL:RBHAA:2008:BC8008
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijzing huurovereenkomstsvorderingen naar sector kanton wegens samenhang
In deze civiele procedure vordert de gedaagde dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de sector kanton. De kern van het geschil betreft de kwalificatie van een vergoeding die de gedaagde aan eiser heeft betaald voor het gebruik van een woonhuis en tuin. De gedaagde stelt dat sprake is van een huurovereenkomst, waarbij de vergoeding als huur moet worden beschouwd. De eiser betwist dit en stelt dat de vergoeding een kostenvergoeding is in het kader van beëindiging van de contractuele relatie.
De rechtbank overweegt dat de essentiële elementen van een huurovereenkomst aanwezig zijn: het gebruik van een zaak tegen een bedongen vergoeding. Daarbij is van belang dat de gedaagde onbetwist heeft gesteld tot augustus 2008 de kosten van gas en licht te hebben voldaan, wat wijst op een bedongen voordeel en niet een gebruikelijke kostenvergoeding. De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van eiser, deels en geheel, onder de bevoegdheid van de kantonrechter vallen en verwijst de zaak naar de sector kanton.
Daarnaast is er sprake van samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, waardoor afzonderlijke behandeling niet mogelijk is. De rechtbank wijst eiser als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident. Partijen worden geïnformeerd over het vervolg van de procedure en de mogelijkheid om zonder procureur op de zitting te verschijnen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de sector kanton vanwege de kwalificatie van de vergoeding als huur en de samenhang tussen vorderingen.