ECLI:NL:RBHAA:2008:BC8139
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heijning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij aanvraag WWB na eerdere beëindiging wegens onduidelijke woonsituatie
Verzoeker ontving vanaf februari 2006 een WWB-uitkering als alleenstaande. Na een onderzoek naar zijn woonsituatie, waarbij observaties, buurtonderzoek en huisbezoeken werden verricht, beëindigde het college van burgemeester en wethouders van Haarlem in september 2007 de uitkering wegens het verstrekken van onjuiste informatie over zijn verblijfplaats.
Verzoeker diende in november 2007 een nieuwe aanvraag in en verzocht in januari 2008 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat hij inmiddels bijstandsbehoeftiger was geworden en een voorschot op de uitkering nodig had. Verweerder stelde dat verzoeker onduidelijke en tegenstrijdige verklaringen gaf en dat er geen sprake was van gewijzigde omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het op de verzoeker rust om aan te tonen dat zich relevante wijzigingen hebben voorgedaan sinds de beëindiging van de uitkering. Het feit dat verzoeker armer is geworden, is onvoldoende zonder duidelijkheid over zijn woonsituatie. Omdat verzoeker deze duidelijkheid niet heeft verschaft, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van gewijzigde omstandigheden.