ECLI:NL:RBHAA:2008:BC8925

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
1 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
144505/HA/ RK 08-25
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • A.J. van der Meer
  • M.J. Smit
  • A.C. Terwiel-Kuneman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 263 SvArt. 267 SvArt. 288 SvArt. 367 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende partijdigheid

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de politierechter omdat deze een verzoek om het horen van getuigen had afgewezen met een inhoudelijk oordeel, waardoor volgens verzoeker de schijn van partijdigheid ontstond. De politierechter had gemotiveerd dat de verklaringen van de getuigen op hoofdlijnen overeenkwamen en dat het horen van deze getuigen niet noodzakelijk was voor de verdediging.

De wrakingskamer heeft onderzocht of de politierechter een vooringenomen standpunt had ingenomen en concludeerde dat het geven van een gemotiveerde beslissing op een tussentijds verzoek niet automatisch wijst op vooringenomenheid. De rechterlijke onpartijdigheid werd niet aangetast door de motivering.

De rechtbank oordeelde dat de feiten en omstandigheden die verzoeker aanvoerde onvoldoende waren om de rechterlijke onpartijdigheid in gevaar te brengen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond.

De beslissing werd genomen door de wrakingskamer van de rechtbank Haarlem op 1 april 2008 en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Wrakingskamer
zaaknummer: 144505/HA/ RK 08-25
datum beslissing: 1 april 2008
Op verzoek van:
[verzoeker],
verzoeker,
raadsman mr. S.V. Jansen, advocaat te ‘s- Gravenhage.
1. Procesverloop
1.1 Op de openbare zitting van 17 maart 2008 heeft verzoeker de wraking verzocht van mr. E.B. de Vries-van den Heuvel, hierna te noemen: de politierechter, in de bij deze rechtbank, sector Straf, aanhangige zaak met parketnummer 15/710438-07, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2 De rechter heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.
1.3 De officier van justitie in de hoofdzaak heeft schriftelijk gereageerd.
1.4 Verzoeker, de politierechter en de officier van justitie zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 17 maart 2008. Verzoeker is in persoon verschenen. De raadsman van verdachte mr. S.V. Jansen, advocaat te ’s - Gravenhage is niet verschenen. De politierechter en de officier van justitie hebben van de geboden gelegenheid, met bericht, geen gebruik gemaakt.
2. Het standpunt van verzoeker
2.1 Verzoeker heeft aangevoerd dat de politierechter door zijn inhoudelijk oordeel bij het afwijzen van het verzoek tot het horen van getuigen de schijn van partijdigheid over zich heeft.
Hij stelt te vrezen dat de politierechter zijn zaak niet onafhankelijk kan beoordelen door de wijze waarop hij het verzoek heeft afgewezen. Door te zeggen dat de verklaringen van de genoemde getuigen haaks staan op de verklaringen van verzoeker is de politierechter inhoudelijk op de zaak ingegaan. Het door de politierechter aangelegde criterium dat het niet noodzakelijk is de getuigen te horen schendt het verdedigingsbelang. In de afwijzing van het verzoek om getuigen te horen ziet verzoeker aanleiding voor wraking van de politierechter.
3. Beoordeling
3.1 Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.
3.2 Ingevolge artikel 367 gelezen Pro in verband met artikel 263 Wetboek Pro van Strafvordering (hierna: Sv) is de verdachte bevoegd getuigen ter terechtzitting te doen oproepen.
Ingevolge artikel 288, eerste lid, onder c, Sv kan de politierechter van de oproeping van getuigen bij met redenen omklede beslissing afzien, indien hij van oordeel is dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad.
3.3 De politierechter heeft op verzoek van de verdachte op de terechtzitting van 17 maart 2008 een beslissing genomen omtrent het horen van 4 getuigen waaronder de ex-partner van verdachte. In het proces-verbaal van die zitting is hieromtrent het volgende opgenomen:
“De politierechter wijst het verzoek tot het horen van de getuigen en de ex-partner van verdachte af. Met de rechter-commissaris ben ik van mening dat de afgelegde verklaringen in grote lijnen met elkaar overeen komen. Ze bevestigen elkaar en vullen elkaar aan. Het feit dat uw cliënt anders verklaart doet aan het feit dat de verklaringen op hoofdlijnen overeenkomen niet af. Er is geen sprake van schending van het verdedigingsbelang met het niet horen van de getuigen”.
3.4 Ten overstaan van de wrakingskamer heeft verzoeker bevestigd dat de politierechter het geciteerde heeft gezegd.
3.5 Gelet op het vorenstaande heeft de politierechter gemotiveerd het verzoek om getuigen te horen afgewezen. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting bij de politierechter leidt de wrakingskamer niet af dat de politierechter reeds een (voorbarig) standpunt heeft ingenomen omtrent de waardering van de afgelegde verklaringen van de getuigen in het licht van de schuldvraag in de onderhavige strafzaak. Als motivering voor de aan haar gevraagde beslissing op het verzoek tot het nader horen van getuigen heeft de politierechter immers (naar de kern samengevat) alleen laten weten dat de verklaringen van die getuigen zo overeenstemmen dat een nader horen van de getuigen overbodig is. Een (politie)rechter moet een tussentijds aan hem gevraagde beslissing kunnen motiveren. Met het geven daarvan blijkt onvermijdelijk van een standpunt van de rechter, maar dat impliceert niet zonder meer - en dat ook in het onderhavige geval niet - dat de rechter vooringenomenheid koestert, noch dat een vrees voor partijdigheid voor wat betreft de verder nog door de rechter te nemen beslissingen objectief gerechtvaardigd is.
3.6 Het voorgaande voert tot de slotsom dat niet is gebleken dat de feiten en omstandigheden die verzoeker ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren heeft gebracht, grond opleveren voor het oordeel dat het fungeren van de politierechter in de hoofdzaak tot schade aan de rechterlijke onpartijdigheid zou kunnen leiden.
3.7 De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve geen grond voor wraking.
3.8 De rechtbank zal het verzoek afwijzen.
4. Beslissing
De rechtbank:
4.1 wijst het verzoek om wraking af;
4.2 beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de politierechter en de officier van justitie een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
4.3 beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. van der Meer, voorzitter, en mrs. M.J. Smit en A.C. Terwiel-Kuneman, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2008 in tegenwoordigheid van mr. A.P. Weltevreede als griffier.
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.