ECLI:NL:RBHAA:2008:BC9501
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking toestemming als veiligheidsmedewerker wegens rijden onder invloed
Verzoeker kreeg op 14 juni 2006 toestemming om als beveiligingsmedewerker te werken, welke op 10 januari 2008 door de korpschef van politie Zaanstreek-Waterland werd ingetrokken vanwege een overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet Pro 1994 (rijden onder invloed) op 13 september 2006. Verzoeker was veroordeeld tot een geldboete van €650 en had een hoog alcoholgehalte (710 Ugl) bij het incident.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen, stellende dat hij zijn inkomsten als beveiligingsmedewerker nodig heeft om zijn vaste lasten te betalen. De voorzieningenrechter overwoog dat de intrekking conform de wet en beleidsregels is en dat de hardheidsclausule niet werd toegepast vanwege de ernst van het misdrijf, de hoge alcoholwaarde en de houding van verzoeker.
De rechtbank constateerde dat de motivering van het besluit niet volledig was maar dat dit in de bezwaarfase kan worden hersteld. Gezien de belangenafweging en het feit dat verzoeker reeds een beperkte intrekkingstermijn van één jaar heeft, zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de toestemming als beveiligingsmedewerker wordt afgewezen.