ECLI:NL:RBHAA:2008:BC9654
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische noodzaak met vergoeding
De arbeidsovereenkomst tussen Inmerc B.V. en de werknemer, die sinds 1993 in dienst was en gedeeltelijk arbeidsongeschikt, werd ontbonden wegens bedrijfseconomische noodzaak. Inmerc verkeerde in financiële moeilijkheden en moest reorganiseren om een faillissement te voorkomen. De werknemer verloor zijn arbeidsplaats doordat deze blijvend kwam te vervallen.
De rechtbank stelde vast dat het sociaal plan, opgesteld in samenspraak met de centrale ondernemingsraad, niet voldeed aan de wettelijke eisen van artikel 3.6 van de aanbevelingen bij artikel 7:685 BW Pro, omdat er geen overleg met vakorganisaties had plaatsgevonden. Hierdoor kon het sociaal plan niet worden toegepast bij de berekening van de ontslagvergoeding.
De vergoeding werd vastgesteld op €53.036,88 bruto, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van de werknemer zoals gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en slechte positie op de arbeidsmarkt. De kantonrechter formule werd toegepast met een correctiefactor van 0,50 vanwege de penibele financiële situatie van Inmerc.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 mei 2008, met de mogelijkheid voor Inmerc om het verzoek tot ontbinding tot 22 april 2008 in te trekken. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontbinding arbeidsovereenkomst met toekenning van een vergoeding van €53.036,88 bruto wegens bedrijfseconomische noodzaak.