ECLI:NL:RBHAA:2008:BC9810
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L. Bruinsma
- A.M. van Amsterdam
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkrijgings- en vervreemdingsprijs bij aanmerkelijk belangwinst in belastingaanslag
Eiser maakte bezwaar tegen de door de Belastingdienst opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2004, waarin het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang was vastgesteld op €141.833. Het geschil betrof de juiste hoogte van de verkrijgingsprijs en vervreemdingsprijs van aandelen A BV, mede vanwege het vruchtgebruik van eisers schoonmoeder en het bloot eigendom van zijn echtgenote.
De rechtbank oordeelde dat het vruchtgebruik van de schoonmoeder vanaf 2001 als aanmerkelijk belang moet worden aangemerkt volgens de Wet IB 2001 en dat de verkrijgingsprijs van dit genotsrecht nihil is op grond van artikel AC van de Invoeringswet. Voor het bloot eigendom van de echtgenote geldt artikel AB, waarbij de verkrijgingsprijs per 1 januari 2001 wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer, vastgesteld op €2.951 per aandeel.
De rechtbank verwierp de door eiser gestelde lagere vervreemdingsprijs van €4.367 per aandeel omdat deze niet was onderbouwd en volgde de door verweerder gestelde prijs van €4.385. Na correctie voor vruchtgebruik en bloot eigendom werd het vervreemdingsvoordeel berekend en het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang vastgesteld op €49.737.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag overeenkomstig. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. Het vonnis werd uitgesproken op 14 april 2008 door de rechtbank Haarlem.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de aanslag inkomstenbelasting door vaststelling van een lagere aanmerkelijk belangwinst en veroordeelt de Belastingdienst in de proceskosten.