ECLI:NL:RBHAA:2008:BC9836
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- A.C. Monster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en opheffing conservatoir derdenbeslag bij bouwfraude
Op 13 november 2007 legde het Openbaar Ministerie conservatoir derdenbeslag op diverse bankrekeningen van klagers, waaronder een particulier en twee vennootschappen, in verband met een strafrechtelijk financieel onderzoek naar bouwfraude. De klagers verzochten om opheffing van het beslag, stellende dat het beslag onrechtmatig en disproportioneel was en dat de verdenking onvoldoende was onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat het beslag rechtmatig was gelegd, omdat de rechter-commissaris een machtiging had verleend voor het strafrechtelijk financieel onderzoek op grond van een redelijk vermoeden van schuld aan misdrijven die een geldboete van de vijfde categorie kunnen opleveren. Tevens was het belang van de strafvordering zwaarder dan het belang van klagers bij opheffing van het beslag, aangezien niet onwaarschijnlijk was dat een geldboete of ontnemingsmaatregel zou volgen.
De rechtbank verwierp het beroep op disproportionaliteit, aangezien de beslaglegging niet hoger was dan het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van circa € 11,3 miljoen. Ook werd een aangeboden bankgarantie van € 3,3 miljoen afgewezen omdat deze aanzienlijk lager was dan de te verwachten ontnemingsvorderingen. De klaagschriften werden daarom ongegrond verklaard en het beslag bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klaagschriften ongegrond en handhaaft het conservatoir derdenbeslag.