ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0009
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.S. Korteweg - Wiers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening WW-uitkering bij voorafgaande WAO-vervolguitkering
Eiser, voormalig productiemedewerker en schoonmaker, ontving sinds 3 april 2001 een WAO-uitkering, aanvankelijk gebaseerd op een dagloon van €120,10, later verlaagd naar een vervolgdagloon van €102,39. Na een verlaging van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage per 17 april 2006 vroeg eiser een WW-uitkering aan. Het UWV berekende deze WW-uitkering op basis van het lagere WAO-vervolgdagloon, wat leidde tot een lager dagloon van €40,96.
Eiser stelde dat deze berekeningswijze onrechtmatig was en in strijd met artikel 45 WW Pro, omdat het dagloon volgens hem gebaseerd moest zijn op het oorspronkelijke, hogere loongerelateerde WAO-dagloon. De rechtbank overwoog dat artikel 13, tweede en zesde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen juist voorziet in het gebruik van het WAO-vervolgdagloon bij de berekening van het WW-dagloon.
De rechtbank vond geen sprake van een ongeoorloofd onderscheid tussen zieke en gezonde werkloze werknemers, aangezien eiser reeds sinds 3 oktober 2002 een WAO-uitkering op basis van het vervolgdagloon ontving. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het UWV het dagloon correct had vastgesteld volgens de geldende wettelijke bepalingen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het UWV het WW-dagloon terecht heeft berekend op basis van het WAO-vervolgdagloon.