ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0013
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Geen huurovereenkomst bij vent- en standplaatsvergunning op publiekrechtelijke grondslag
De zaak betreft een geschil tussen verzoeker, die een vent- en standplaatsvergunning bezit voor een mobiele snackbar, en Recreatieschap Spaarnwoude, dat de vergunningen niet wenst te verlengen. Verzoeker stelt dat er sprake is van een huurovereenkomst op grond waarvan hij ontruimingsbescherming geniet en verzoekt de kantonrechter hem niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot verlenging van deze bescherming.
De rechtbank stelt vast dat de vergunningen en de daaraan verbonden vergoeding hun basis vinden in publiekrechtelijke regelingen, zoals de Wet gemeenschappelijke regelingen en een legesverordening. De kantonrechter concludeert dat de rechtsverhouding tussen partijen wordt beheerst door een publiekrechtelijk regime en niet door het huurrecht.
Daarmee is geen sprake van een huurovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Het verzoek van verzoeker wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
De uitspraak bevestigt dat vergunningen die op publiekrechtelijke grondslag worden verleend niet automatisch kwalificeren als huurovereenkomsten, ook niet wanneer er sprake is van een vergoeding voor het gebruik van een standplaats.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen sprake is van een huurovereenkomst maar van een publiekrechtelijke vergunning.