ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0124
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- A.A. Fase
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting en boetebeschikking inzake verkoop kotter en winstvaststelling
Eiser verkocht in 1997 een stalen kotter die in 1998 werd ingebracht in zijn onderneming G. Verweerder legde navorderingsaanslagen IB/PVV en WAZ 1998 op, gebaseerd op een aanzienlijke boekwinst bij de verkoop van de kotter.
Eiser voerde aan dat de kotter slechts was opgeknapt en niet voor zeescheepvaart werd gebruikt, en dat de forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart (tonnageregeling) van toepassing was. De rechtbank verwierp dit beroep, omdat de kotter niet aan de voorwaarden voldeed en de exploitatie niet onder de regeling viel.
De rechtbank stelde vast dat de kotter vanaf aanschaf tot inbreng in de onderneming behoorde, waardoor de winst uit onderneming werd belast. De waarde van de kotter bij inbreng werd vastgesteld op f 50.000 en de vervreemding op f 810.000, met een correctie tot f 738.584 na aftrek van kosten.
De boete van 50% werd passend bevonden, maar de boete bij de WAZ-navordering werd verminderd wegens een te hoog bedrag. De beroepen werden deels gegrond verklaard, de navorderingsaanslag IB/PVV verminderd, de boete dienovereenkomstig aangepast en de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Navorderingsaanslag IB/PVV verminderd met aangepaste boekwinst en boete, navordering WAZ gehandhaafd met verminderde boete.