ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0148
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. Fase
- R.G. Kemmers
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Geen aanmerkelijk belang bij aandelen in D B.V. en F B.V. voor belastingjaar 2002
Eiser was in dienst bij C B.V. en had het recht deel te nemen aan een optieregeling via F B.V., een nog op te richten entiteit die mede-eigenaar zou zijn van D B.V. Eiser betaalde een bedrag voor certificaten in D B.V. en stelde dat hij een aanmerkelijk belang had in D B.V. of F B.V. en dat de vordering op D B.V. als ter beschikking gesteld vermogen moest worden aangemerkt. Tevens stelde hij dat het betaalde bedrag aftrekbaar was als negatief loon.
De rechtbank stelde vast dat het belang van eiser in D B.V. maximaal 2,16% bedroeg, ruim onder de vereiste 5% voor een aanmerkelijk belang. Daarnaast was F B.V. nooit daadwerkelijk opgericht, zodat een aanmerkelijk belang daarin niet kon bestaan. De primaire en subsidiaire stellingen van eiser faalden dan ook.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde eveneens, omdat de voorlopige aanslag niet kon worden gezien als een inhoudelijke beoordeling en het geautomatiseerde afdoen van de aanslag over 2003 niet leidde tot een rechtmatig vertrouwen dat de aanslag over 2002 ongewijzigd zou blijven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de Rechtbank Haarlem op 27 maart 2008.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een aanmerkelijk belang in D B.V. of F B.V.