ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0827
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nihil partnerbijdrage wegens onvoorziene en niet-toerekenbare wanverhouding alimentatieverplichting
Partijen zijn op gemeenschappelijk verzoek gescheiden met een convenant waarin een niet-wijzigingsbeding is opgenomen. De man verzoekt om nihilstelling van de partnerbijdrage vanaf 1 januari 2007, omdat zijn inkomen door het verlies van zijn dienstverband en gezondheidsproblemen aanzienlijk is gedaald, wat volgens hem een volkomen wanverhouding vormt ten opzichte van de oorspronkelijke alimentatieverplichting.
De rechtbank stelt vast dat de alimentatie oorspronkelijk was gebaseerd op het hoge inkomen van de man als directeur in loondienst en dat de beëindiging van zijn dienstverband en zijn fysieke klachten niet voorzien waren bij het sluiten van het convenant. De vrouw betwist dat de man geen hoger inkomen kan genereren, maar de rechtbank acht deze betwisting onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank berekent de draagkracht van de man, houdt rekening met zijn woonlasten en past een redelijke korting toe. Gezien de gewijzigde omstandigheden en de wettelijke criteria, bepaalt de rechtbank dat de man een partnerbijdrage van €748 per maand kan betalen, ingaand op de datum van het verzoekschrift, 3 september 2007. Het verzoek tot nihilstelling wordt afgewezen.
Uitkomst: De partnerbijdrage wordt vastgesteld op €748 per maand vanaf 3 september 2007 wegens een onvoorziene en niet-toerekenbare wanverhouding.