ECLI:NL:RBHAA:2008:BD0869
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering vergoeding huishoudelijke hulp op grond van de Wmo
Verzoekster ontving sinds 1993 een vergoeding voor huishoudelijke hulp op basis van uitruil, waarbij haar inwonende zoon de noodzakelijke persoonlijke verzorging verrichtte. Per 1 januari 2008 werd deze vergoeding door de gemeente geweigerd vanwege de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die uitruil niet meer toestaat.
Verzoekster stelde dat zij zelfstandig woont en haar zoon feitelijk niet meer bij haar woont, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de zoon als huisgenoot moet worden aangemerkt omdat hij op hetzelfde adres staat ingeschreven en eerder bij haar woonde. Hierdoor kan van hem verwacht worden dat hij het huishouden verricht, en de gemeente hoefde daarom geen huishoudelijke hulp te vergoeden.
De voorzieningenrechter constateerde dat de overgang van AWBZ naar Wmo het uitruilen van persoonlijke verzorging en huishoudelijke hulp uitsluit. Wel werd erkend dat verzoekster pas laat op de hoogte werd gesteld van de weigering, waardoor zij niet op de wijziging kon anticiperen. De rechter bepaalde dat de gemeente dit onvoorzien effect moet meenemen in de heroverweging van het bezwaar.
Uiteindelijk wees de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af, omdat de belangenafweging geen spoedeisendheid rechtvaardigde. Er was geen aanleiding om de weigering voorlopig te schorsen, maar de gemeente werd opgeroepen zorgvuldig te heroverwegen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de weigering van vergoeding huishoudelijke hulp wordt afgewezen.