ECLI:NL:RBHAA:2008:BD1935
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.M. Bruin
- R.G. Kemmers
- A.A. Fase
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning winstrecht aan vader bij bedrijfsopvolging vof
De zaak betreft een geschil over de fiscale behandeling van een vermeend winstrecht toegekend aan de vader van eiser bij de bedrijfsopvolging van een bloembollenbedrijf.
De vader had zijn bedrijf in 1998 gestaakt en de bedrijfsactiva verkocht aan derden, waarna zijn zonen een vof oprichtten die de activa van deze derden overnam. De vader verrichtte werkzaamheden voor de vof en kreeg een winstdeel toegekend, dat de Belastingdienst niet als zakelijke bedrijfslast erkende maar als een bedrijfsvreemde onttrekking.
De rechtbank beoordeelde of er afspraken bestonden over een winstrecht en concludeerde dat eiser dit niet aannemelijk had gemaakt. Er was geen bewijs van een rechtstreekse overgang van bedrijfsmiddelen of een stilzwijgende afspraak. De verkoopprijzen waren reëel en de faillissementsverslagen van de vader gaven geen aanwijzing voor een winstrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslagen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslagen zonder aftrek van het vermeende winstrecht.