ECLI:NL:RBHAA:2008:BD2390
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Monster
- Zandhuis
- Heidinga
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor langdurige handel in softdrugs en bezit cocabladeren met voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf
De rechtbank Haarlem heeft verdachte veroordeeld wegens het gedurende langere tijd handelen in softdrugs, waaronder hasjiesj en henneptoppen, en het bezit van cocabladeren, een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet. De feiten hebben plaatsgevonden in de periode van september 2003 tot september 2006 te Krommenie.
De bewezenverklaring is gebaseerd op een bekennende verklaring van verdachte, diverse proces-verbalen van binnentreden, inbeslagneming en verhoren, en een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut. De rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk softdrugs heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en aanwezig heeft gehad, en op het moment van aanhouding cocabladeren in bezit had.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, de overlast voor de buurt en het oogmerk van financieel gewin. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, die voorwaardelijk is opgelegd met een proeftijd van twee jaar, en tot het verrichten van 160 uur taakstraf in de vorm van een werkstraf, met een vervangende hechtenis van 80 dagen bij niet-naleving. Daarnaast is het in beslag genomen geld van 454,90 euro verbeurd verklaard. De rechtbank heeft tevens de teruggave bevolen van administratieve documenten die in beslag waren genomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 160 uur taakstraf wegens langdurige handel in softdrugs en bezit van cocabladeren.