ECLI:NL:RBHAA:2008:BD2989

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
9 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
146028 - KG ZA 08-265
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 243 lid 1 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot teruggave van in beslag genomen paspoorten na vrijspraak en weigering door officier van justitie

Eiser is door de strafrechter vrijgesproken van het bezit van een vals of vervalst reisdocument. Bij vonnis is tevens bevolen de in beslag genomen paspoorten aan eiser terug te geven. De officier van justitie deed afstand van rechtsmiddelen, waardoor het vonnis onherroepelijk werd. Desondanks weigerde de officier van justitie een van de paspoorten terug te geven vanwege een vermoeden van een vervalst visum.

Eiser vorderde in kort geding dat de Staat onmiddellijk uitvoering zou geven aan het onherroepelijke vonnis en de paspoorten zou teruggeven, omdat hij zonder paspoort de luchthaven niet kon verlaten. De voorzieningenrechter overwoog dat rechterlijke uitspraken nageleefd moeten worden, tenzij hogere belangen zich daartegen verzetten.

Hoewel het Openbaar Ministerie vermoedde dat een visum in het paspoort vervalst was, was het paspoort zelf niet vals. De enkele omstandigheid van het vermoeden van vervalst visum was onvoldoende zwaarwegend om de niet-nakoming van het vonnis te rechtvaardigen. Daarom werd de Staat veroordeeld tot onmiddellijke teruggave van de paspoorten en betaling van proceskosten.

Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot onmiddellijke teruggave van de paspoorten aan eiser en betaling van proceskosten.

Uitspraak

proces-verbaal
RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 146028 / KG ZA 08-265
Proces-verbaal van de zitting, gehouden op 9 mei 2008, houdende mondeling vonnis
in de zaak van
[eiser],
woonplaats kiezende te Haarlem,
eiser,
procureur mr. J.A. Heeren,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelend te 's-Gravenhage,
gedaagde.
Partijen zullen hierna [eiser] en de Staat genoemd worden.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.
Tegenwoordig zijn mr. Th.S. Röell, voorzieningenrechter, en drs. E.A. Verloop, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen
- [eiser], bijgestaan door mr. J.H.P. Smeets, kantoorgenoot van mr. Heeren voornoemd,
- mr. M.H. Vos, officier van justitie te Schiphol, namens de Staat.
Partijen hebben hun standpunten toegelicht en desgevraagd nadere inlichtingen verschaft. De rechter wijst het volgende vonnis.
1. De beoordeling
1.1. [eiser] is bij vonnis van de sector Strafrecht van deze rechtbank d.d. 7 mei 2008, parketnummer 15/800788-08, (hierna: het vonnis) vrijgesproken van het in bezit hebben van een reisdocument waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was. Bij het vonnis is tevens de teruggave aan [eiser] bevolen van de onder hem in beslag genomen goederen, waaronder twee paspoorten.
1.2. De officier van justitie heeft afstand gedaan van rechtsmiddelen waardoor het vonnis onherroepelijk is geworden.
1.3. Op het verzoek van mr. Heeren om teruggave van de paspoorten heeft de officier van justitie hem laten weten dat na overleg binnen het Openbaar Ministerie was besloten niet tot teruggave van één van de paspoorten over te gaan, omdat bij hernieuwd onderzoek door deskundigen was vastgesteld dat sprake was van een vervalst document. Daarop heeft de advocaat van [eiser] de officier van justitie gesommeerd de paspoorten aan hem af te geven. De officier van justitie heeft daaraan niet voldaan, waarna [eiser] het onderhavige kort geding heeft aangespannen.
1.4. [eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de Staat zal veroordelen om onmiddellijk uitvoering te geven aan het vonnis en derhalve de in beslag genomen paspoorten ter vrije beschikking van [eiser] te stellen. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat het vonnis onherroepelijk is en dient te worden uitgevoerd. Nu [eiser] niet over een paspoort beschikt kan hij de luchthaven Schiphol niet verlaten. Hij bivakkeert daar al sinds 7 mei 2008.
1.5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. In de onderhavige zaak is sprake van twee botsende principes. Aan de ene kant geldt het principe dat rechterlijke uitspraken dienen te worden nageleefd, in het bijzonder door de Staat. Dit beginsel kan slechts uitzondering lijden indien hogere belangen zich tegen uitvoering van een vonnis verzetten. Aan de andere kant geldt dat valse paspoorten niet in het verkeer mogen worden gebracht, zeker niet door de overheid. De vraag is thans of hier een belang van openbare orde in het geding is dat zodanig zwaarwegend is dat het in de weg staat aan teruggave van de paspoorten en daarmee aan uitvoering van het vonnis. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat niet het geval. Daarvoor is het volgende redengevend.
1.6. Vast staat dat het paspoort waarvan het Openbaar Ministerie de afgifte weigert op zichzelf niet vals is. [eiser] is op 28 april 2008 Nederland ingereisd op een Schengenvisum dat geldig was tot die datum. Dat visum lijkt in orde. In het paspoort zat ook een ouder visum, met een langere geldigheidsduur, waarop [eiser] Nederland niet is binnengekomen. Door het Openbaar Ministerie wordt vermoed dat dat visum vervalst is, omdat in de data “raderingen zijn aangebracht waardoor beschadigingen zijn ontstaan”.
1.7. Die enkele omstandigheid is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende zwaarwegend om te rechtvaardigen dat een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak niet wordt nagekomen. De vordering om de Staat te veroordelen tot uitvoering van het vonnis zal daarom worden toegewezen in die zin dat de Staat zal worden veroordeeld tot afgifte van de paspoorten, voor zover die nog niet aan [eiser] zijn teruggegeven.
1.8. De Staat zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu [eiser] met een toevoeging procedeert zal toepassing worden gegeven aan het bepaalde in artikel 243 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2. De beslissing
De voorzieningenrechter
2.1. veroordeelt de Staat onmiddellijk uitvoering te geven aan het vonnis van de sector Strafrecht van deze rechtbank d.d. 7 mei 2008 met parketnummer 15/800788-08 en de daarin genoemde in beslag genomen zaken, voor zover de Staat die nog onder zich heeft, terug te geven aan [eiser],
2.2. veroordeelt de Staat in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 339,44 aan verschotten en EUR 816,-- aan procureursalaris, op de voet van artikel 243 lid 1 Rv Pro. te voldoen aan de griffier van deze rechtbank,
2.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
2.4. wijst het meer of anders gevorderde af.
Waarvan proces-verbaal,