ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3399
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering aan niet-toegelaten vreemdeling wegens ontbreken verblijfsstatus
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling wiens verblijfsvergunning op 25 april 2006 onherroepelijk is ingetrokken, verzocht meerdere malen om toekenning van een WWB-uitkering en bijzondere bijstand. Deze aanvragen werden door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem afgewezen, omdat eiser niet behoort tot de categorie vreemdelingen die gelijkgesteld worden met Nederlanders volgens artikel 11, tweede en derde lid, van de Wet werk en bijstand (WWB).
Eiser voerde aan dat zijn persoonlijke en medische omstandigheden, waaronder psychische problematiek en een geplande operatie, rechtvaardigen dat hij bijstand ontvangt en dat het koppelingsbeginsel niet in alle gevallen mag leiden tot uitsluiting. Tevens beriep hij zich op diverse internationaalrechtelijke bepalingen, waaronder het Europees Sociaal Handvest, het Internationaal Verdrag inzake Europese Sociale en Culturele Rechten en artikel 3 EVRM Pro.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser niet voldoet aan de vereisten van artikel 11 WWB Pro omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft en geen aanvraag tot voortgezette toelating heeft ingediend vóór het einde van zijn verblijfsstatus. De internationaalrechtelijke bepalingen waarop eiser zich beroept, hebben geen directe werking en kunnen niet leiden tot een andere uitkomst. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat het niet verlenen van bijstand in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Het beroep is daarom ongegrond en de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser op bijstand wordt afgewezen omdat hij niet voldoet aan de verblijfsvereisten van de WWB.