ECLI:NL:RBHAA:2008:BD4210
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank wijst nietigheidsverzoek samenlevingsovereenkomst af en wijst reconventionele vorderingen toe
Eiser en gedaagde hadden een langdurige affectieve relatie en sloten op 20 juni 2006 een samenlevingsovereenkomst. Eiser stelde dat deze overeenkomst nietig was wegens onzedelijkheid, geestelijke stoornis, bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om deze stellingen te onderbouwen. Het handgeschreven briefje waarop eiser zich baseerde, werd niet als onderdeel van de overeenkomst gezien en kon niet leiden tot nietigheid.
Voorts stelde eiser dat de samenlevingsovereenkomst niet in werking was getreden omdat partijen niet samenwoonden. De rechtbank oordeelde dat feitelijke samenwoning geen vereiste was voor inwerkingtreding, gelet op de bedoeling van partijen en bepalingen in eerdere overeenkomsten.
De rechtbank verwierp ook de stellingen van eiser over geestelijke stoornis, bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling wegens onvoldoende onderbouwing en bewijs. In reconventie vorderde gedaagde nakoming van verplichtingen uit de overeenkomsten, waaronder betaling van hypotheekrente, maandelijkse betalingen, eigendom van een Bentley en vergoeding van autokosten. Deze vorderingen werden toegewezen, waarbij ook werd bepaald dat de auto gedurende drie jaar op naam van de vennootschap blijft staan.
De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2008.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot nietigverklaring van de samenlevingsovereenkomst af en veroordeelt eiser tot betaling van hypotheekrente, maandelijkse betalingen en vergoeding van autokosten aan gedaagde.