ECLI:NL:RBHAA:2008:BD6172
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Vaststelling tijdelijke omgangsregeling tussen vader en kind na betwisting vaderschap
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben drie minderjarige kinderen, waarvan de man aanvankelijk het vaderschap van het jongste kind betwistte. Door DNA-onderzoek is met grote zekerheid vastgesteld dat de man ook de biologische vader is van het derde kind. De vrouw verzoekt een omgangsregeling die gelijkloopt met die van de oudere kinderen.
De man weigert voorlopig omgang met het derde kind vanwege persoonlijke bezwaren rond de zwangerschap, geboorte en echtscheiding, en vreest dat aandacht voor het jongste kind ten koste gaat van de oudere kinderen. Hij erkent het bestaan van het derde kind feitelijk niet en wil zelf bepalen wanneer en hoe contact plaatsvindt.
De rechtbank oordeelt dat ouderlijk gezag ook een plicht tot omgang inhoudt en dat de houding van de man schadelijk kan zijn voor de ontwikkeling van alle kinderen. Daarom wordt een beperkte, tijdelijke omgangsregeling vastgesteld en wordt de Raad voor de Kinderbescherming opgedragen een onderzoek te verrichten naar de effecten van de situatie en advies uit te brengen over omgangsregelingen. De zaak wordt aangehouden voor definitieve beslissing na ontvangst van het advies.
Uitkomst: De rechtbank stelt een tijdelijke omgangsregeling vast en gelast een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming.