ECLI:NL:RBHAA:2008:BD6487
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en voorwaardelijke exceptie van onbevoegdheid in geschil over overeenkomst tussen Samar en Tie Nederland
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of Tie Nederland gebonden is aan een overeenkomst van 30 december 2004, waarop Samar haar vorderingen baseert. Tie Nederland voert een voorwaardelijke exceptie van onbevoegdheid aan, stellende dat zij niet aan de overeenkomst is gebonden en dat de rechtbank Haarlem daarom bevoegd is. Mocht zij toch gebonden zijn, dan is op grond van een forumkeuzebeding de rechtbank Amsterdam exclusief bevoegd.
De rechtbank oordeelt dat de exceptie van onbevoegdheid als voorwaardelijk en subsidiair is gevoerd en dat het recht om dit verweer te voeren is vervallen omdat het verweer niet vóór alle weren ten gronde is aangevoerd. Daarom verklaart de rechtbank zich bevoegd om van de hoofdzaak kennis te nemen.
Daarnaast vordert Samar een voorlopige voorziening tot betaling van een voorschot van €65.000 wegens liquiditeitsproblemen. De rechtbank wijst deze vordering af omdat er geen voldoende spoedeisend belang is en er een reëel restitutierisico bestaat. De proceskosten worden verdeeld waarbij Tie Nederland wordt veroordeeld in de kosten van het onbevoegdheidsincident en Samar in de kosten van het incident ex artikel 223 Rv Pro in reconventie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd, wijst de voorlopige voorziening af en veroordeelt partijen in de proceskosten.