ECLI:NL:RBHAA:2008:BD6491
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tot opheffing conservatoire beslagen met voorwaarde zekerheidstelling
De rechtbank Haarlem behandelde een incident betreffende vorderingen tot opheffing van conservatoire beslagen gelegd door eiser tegen gedaagden. Eiser vorderde onder meer opheffing van de beslagen, terwijl gedaagden zich hiertegen verzetten met het argument dat zij worden gehinderd in hun bedrijfsvoering. De rechtbank oordeelde dat niet is gebleken van vormverzuimen, ondeugdelijkheid van de vorderingen of onnodigheid van de beslagen, zodat de vorderingen tot opheffing zonder zekerheidstelling worden afgewezen.
Wel werd de opheffing van de beslagen tegen zekerheidstelling toegewezen, waarbij de rechtbank stelde dat een onherroepelijke bankgarantie van €185.000,-, het bedrag waarvoor beslag is gelegd, voldoende is. Tevens werd een dwangsom van €1.000 per dag tot een maximum van €200.000,- opgelegd bij niet-naleving.
De rechtbank beval een comparitie van partijen om inlichtingen te verkrijgen en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. Daarbij werd bepaald dat partijen persoonlijk of door een bevoegde vertegenwoordiger moeten verschijnen. De rechtbank wees erop dat niet verschijnen nadelige gevolgen kan hebben en dat de comparitie in beginsel geen gelegenheid tot pleiten biedt.
De zaak betreft een geschil over een samenwerking in een Duits vakantiehuisjesproject waarbij eiser stelt financieel benadeeld te zijn door gedaagden. De rechtbank oordeelde dat het belang van eiser bij handhaving van het beslag zwaarder weegt dan het belang van gedaagden bij opheffing zonder zekerheid. De vorderingen in de hoofdzaak worden voorlopig niet toegewezen, maar nader onderzocht tijdens de comparitie.
Uitkomst: De vorderingen tot opheffing van de conservatoire beslagen worden afgewezen, behalve tegen zekerheidstelling van €185.000,-.