ECLI:NL:RBHAA:2008:BD6933
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kingma
- Mateman
- Ten Voorde
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit hasjhandel en witwassen
De rechtbank Haarlem behandelde een ontnemingsvordering tegen veroordeelde, die eerder onherroepelijk was veroordeeld voor betrokkenheid bij hasjhandel en witwassen. De verdediging betwistte dat veroordeelde een spilfunctie had binnen de organisatie en dat hij recht had op een aandeel in de winst vergelijkbaar met medeveroordeelden. De rechtbank concludeerde dat veroordeelde een bemiddelende rol had, maar geen spilfunctie, en dat hij niet als stille vennoot (X3) kon worden aangemerkt.
De rechtbank baseerde haar oordeel mede op administratieve gegevens, verklaringen van medeveroordeelden en een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO). Dit onderzoek maakte aannemelijk dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel had verkregen door invoer van verdovende middelen en witwassen tussen 1998 en 2003, en ook betrokken was bij eerdere drugstransporten en witwaspraktijken.
De verdediging voerde aan dat bepaalde documenten niet betrouwbaar waren, maar de rechtbank achtte deze wel betrouwbaar op basis van telefoongesprekken, bankmutaties en getuigenverklaringen. De rechtbank sloot zich aan bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van €1.091.051 en legde deze ontnemingsmaatregel op aan veroordeelde.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €1.091.051 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.