ECLI:NL:RBHAA:2008:BD7055
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kingma
- Mateman
- Ten Voorde
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hasjtransporten en criminele organisatie
De rechtbank Haarlem behandelt de ontnemingsvordering tegen veroordeelde, die onherroepelijk is veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van drugstransporten. De vordering betreft het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel uit diverse hasjtransporten via schepen.
De rechtbank stelt vast dat het bewezen verklaarde transport met het schip in 1999 heeft geleid tot wederrechtelijk verkregen voordeel van €3.883.280,- waarvan 60% aan veroordeelde toekomt, zijnde €2.329.968,-. Andere vermeende transporten in 1998 en 2000 worden onvoldoende concreet bewezen geacht, mede door onvoldoende controleerbare verklaringen en gebrek aan details.
De verdediging voerde onder meer aan dat de onschuldpresumptie werd geschonden door transporten mee te nemen waarvoor geen veroordeling was, en dat kosten van mislukte transporten in mindering moesten worden gebracht. De rechtbank verwerpt deze verweren en wijst ook verzoeken tot horen van getuigen af wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeert dat het totaal te ontnemen bedrag €2.334.736,- bedraagt en dat dit bedrag niet wordt gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn of verrekening met opgelegde geldboete. De ontnemingsmaatregel wordt als een afzonderlijke sanctie beschouwd.
De beslissing is uitgesproken door mr. Kingma, voorzitter, en mrs. Mateman en Ten Voorde, rechters, op 11 juli 2008.
Uitkomst: Veroordeelde moet €2.334.736,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat betalen.