ECLI:NL:RBHAA:2008:BD7958

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
11 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
15/670505-06
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken ondeugdelijke klimgordel bij ernstig letsel

Op 1 april 2006 raakte het slachtoffer ernstig gewond tijdens het klimmen bij een stichting waarvan verdachte directeur was. Verdachte werd vervolgd wegens het verstrekken van een ondeugdelijke klimgordel die zou hebben geleid tot zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was en dat het openbaar ministerie ontvankelijk was. Tijdens de zitting werd een deskundige getuige gehoord die verklaarde dat de klimgordel professioneel was vervaardigd, de gespcombinatie deugdelijk was en het aanbindpunt altijd onder het lichaamszwaartepunt ligt. Het ontbreken van een keurmerk was geen bewijs van non-conformiteit met de Europese norm EN 12277. De verbogen middenbalk van de gesp vormde geen onveilige situatie.

De rechtbank concludeerde dat het incident op 1 april 2006 waarschijnlijk werd veroorzaakt doordat de banden niet goed waren teruggestoken, en niet door een ondeugdelijke gordel. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij had een schadevordering ingediend, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdzaak werd verworpen.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem op 11 juli 2008.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van ondeugdelijke klimgordel die het zwaar lichamelijk letsel veroorzaakte.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector Strafrecht
Locatie Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/670505-06
Uitspraakdatum: 11 juli 2008
Tegenspraak
Strafvonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 juni 2008 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
1. Tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 01 april 2006 te Edam, gemeente Edam-Volendam, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig, in zijn functie als directeur van de Stichting Welzijn Edam, [slachtoffer] heeft laten klimmen op een klimwand bij bovengenoemde stichting met een oude en/of ondeugdelijke (klim)gordel, te weten
-een klimgordel waarvan de gesp geen goede en degelijke combinatie maakt met de band die is gebruikt om de gordel vast te maken en/of
-een klimgordel waarvan de stiksels waarmee de klimgordel in elkaar is gezet niet gelijk zijn aan de stiksels die worden gebruikt bij professioneel gefabriceerde klimgordel en/of
- een klimgordel waarvan het aanbindpunt zich niet bevindt boven het lichaamszwaartepunt en/of
- een klimgordel die geen keurmerk draagt dat de klimgordel voldoet aan de Europese Norm (keurmerk EN 12277) en/of
- een klimgordel waarvan de middenbalk van de gesp is verbogen,
waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een zware hersenschudding en/of een oogkasfractuur en/of een schaafwond op de (rechter)wang en/of een of meerdere gebroken middenvoetsbeentje(s) (van de (rechter)voet) en/of een scheurtje aan het (rechter)oor en/of een of meerdere inwendige kneuzing(en), al dan niet - onder meer - van een of meerdere rib(ben) en/of rugwervel(s), heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze was ontstaan.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Oordeel van de rechtbank
3.1. Vrijspraak
Evenals de officier van justitie en de raadsman is hetgeen verdachte ten laste is gelegd naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Op 16 juni 2008 is bij de rechter-commissaris getuige-deskundige [getuige-deskundige], beleidsmedewerker veiligheid, verhoord. Zij verklaart hierbij -verkort en zakelijk weergegeven- dat het stikwerk van de door de zeilmakerij gefabriceerde gordel op een professionele wijze is aangepakt en derhalve een sterke verbinding vormt. De gordel-gespcombinatie van de klimgordel beoordeelt zij als deugdelijk, evenals de kwaliteit van het materiaal van de banden. Tevens verklaart zij dat het aanbindpunt van dit soort klimgordel altijd onder het lichaamszwaartepunt zit, en dat het ontbreken van een keurmerk niet tot de conclusie leidt dat er niet voldaan is aan de EN 12277 norm. Hoewel de middenbalk van de gesp inderdaad is verbogen, zorgt dit niet voor een onveilige situatie. Wanneer de banden namelijk goed teruggestoken worden, verschuiven de banden niet meer door de gesp. Het feit dat de gespen bij de kliminstructie op 1 april 2006 volledig zijn losgeschoten kan naar haar oordeel alleen doordat geen van de banden was teruggestoken.
Dit in overweging genomen, is er geen grond om aan te nemen dat de gordel ondeugdelijk was.Verdachte moet daarom van het tenlastegelegde feit worden vrijgesproken.
3.2. Vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 11.983,06 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde zou hebben geleden. Nu de rechtbank verdachte van het hem ten laste gelegde feit zal vrijspreken, kan de benadeelde partij niet in deze vordering worden ontvangen.
4. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart het onder 1. ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Gelast de teruggave aan rechthebbende van:
1. 1.00 STK Diverse
-
klimgordel
5. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,
mr. F.F.W. Brouwer en mr. P. Heidinga, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. N. Achahbar,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juli 2008.
Mr. P. Heidinga is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.