ECLI:NL:RBHAA:2008:BD8088
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. Harts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot onderbewindstelling wegens ontbreken noodzakelijkheid
In deze zaak heeft de verzoeker een eigen verzoek ingediend tot onderbewindstelling over zijn goederen. Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de verzoeker dat een bewind eigenlijk niet nodig is en dat hij alleen heeft getekend omdat de cliëntondersteuning dit noodzakelijk vond. De rechtbank stelt dat een verzoeker zelf achter zijn verzoek moet staan en dit ook tegenover de kantonrechter moet verklaren.
De rechtbank overweegt dat het instellen van een bewind op grond van artikel 1:431 BW Pro vereist dat de meerderjarige door een geestelijk of lichamelijk gebrek tijdelijk of duurzaam niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Uit het dossier en de mondelinge behandeling blijkt dat de verzoeker momenteel begeleid woont en zelf meent zijn financiële belangen te kunnen behartigen.
Daarnaast is gebleken dat beleidsafspraken tussen woningbouwverenigingen ertoe leiden dat een bewind wordt verlangd voor zelfstandige verhuur, maar dit is volgens de rechtbank onvoldoende grond om een bewind in te stellen. De kantonrechter concludeert dat de verzoeker voldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen en wijst het verzoek daarom af.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam, waarbij een advocaat moet worden ingeschakeld.
Uitkomst: Het verzoek tot onderbewindstelling wordt afgewezen omdat de verzoeker geen noodzaak tot bewindstelling heeft en zelf verklaart zijn financiële belangen te kunnen behartigen.